Alles over haar

Haren en nagels bestaan uit dood hoornmateriaal. Een haar ontspruit uit een zakje, dat samen met een talgklier een haarfollikel vormt. Met uitzondering van de lippen, de handpalmen en de voetzolen zijn er over het gehele lichaam haarfollikels te vinden. Er zijn twee soorten haren: vellusharen en terminale haren. De vellusharen zijn zeer fijne, niet gepigmenteerde donshaartjes van ongeveer 2-3 mm lengte. De haargroei heeft een cyclisch karakter. Elke haarfollikel heeft zijn eigen ritme met drie in tijdsduur wisselende perioden: een periode van groei (anagene fase), een overgangsfase (katagene fase) en een rustperiode (telogene fase), waarna het haar uitvalt. Daarna begint de haarfollikel aan een nieuwe groeicyclus. In tegenstelling tot de meeste zoogdieren lopen de cycli van de haarfollikels bij de mens niet synchroon. De mens kent geen periode waarop alle haren tegelijk uitvallen. Op het behaarde hoofd is de levensduur van een haar twee tot zes jaar. Op de rest van het lichaam is de cyclus korter. Van de 100.000 tot 150.000 haren op het menselijk hoofd bevindt zich 85 procent zich in de anagene fase, 14 procent in de telogene fase en 1 procent in de katagene fase. Hieruit blijkt dat een verlies van 50-100 haren per dag normaal is. Bron: http://www.huidziekten.nl